I Solisti del Vento
Producties
...

Dvorák

“In Dvoráks muziek schijnt altijd de zon!”

Dat zou de zo gevreesde muziekcriticus Eduard Hanslick gezegd hebben. De jonge Antonín Dvorák (1841 – 1904) mocht zich inderdaad verheugen in de gunst der groten van de muziek, met Johannes Brahms op kop. Aanvankelijk ging het niet zo vlot. Dvorák was in Praag als jonge muziekstudent op zichzelf aangewezen en kwam aan de kost als altviolist in een strijkorkestje dat speelde in de chique Praagse restaurants en op bals. Tussendoor componeerde hij een paar kleinigheden voor die gelegenheden. Het jaar 1862 was een keerpunt: het Tsjechisch Nationaal Theater werd opgericht en het orkestje waarin Dvorák speelde, werd de kern van het grote orkest van het Nationaal Theater. De 21-jarige Dvorák werd eerste altviool. Het orkest kwam kort daarna onder leiding van Smetana en de jonge Dvorák zou het grote repertoire én de Tsjechische roots in de muziek in zich opnemen. Het was een beslissende wending voor Dvorák: vanaf dat moment voelde hij de drang om zich ook als componist te uiten. In de drie volgende jaren componeerde hij drie symfonieën en een reeks toneelmuziek. In 1865 lachte het geluk hem toe: Dvorák dong mee naar een studiebeurs die de Oostenrijkse regering had uitgeschreven voor begaafde, maar niet bemiddelde musici. Bohemen behoorde tot het Habsburgse rijk en Dvorák was dus ook Oostenrijks onderdaan. Dvorák stuurde zijn derde symfonie in, die op de juryleden Johannes Brahms en Eduard Hanslick een grote indruk maakte. Dvorák kreeg de studiebeurs ter waarde van 400 gulden – een aanzienlijk bedrag voor die tijd – en hield er bovendien de levenslange waardering, vriendschap en steun van Brahms aan over. Ook Hanslick was meer dan gecharmeerd door de klaarte en de spontane muzikaliteit in het werk van de jonge componist.

Dvoráks mooiste en zonnigste stukken zijn beslist zijn twee serenades, één voor strijkers en één voor blazers. Hij schreef ze telkens in één geut neer: de strijkerserenade in 12 dagen tijd in mei 1875 en de blazerserenade drie jaar later, in januari 1878, eveneens in amper twee weken. Onwillekeurig denken we aan de bevallige 18e-eeuwse serenades: vijfdelig, zoals in de serenade voor strijkers, of, in de blazerserenade dezelfde basisopstelling als in de Gran Partita van Mozart. Toch is Dvorák helemaal niet archaïserend. In de blazerserenade breidt hij het arsenaal uit met een contrafagot, een derde hoorn en een stevige strijkersbas in cello en contrabas. Hierdoor wordt het geluid veel warmer en is er die weke ondertoon die het Tsjechische thuisland verraadt. Zelfs het menuet met trio dat hier op de tweede plaats staat en typisch een 18e-eeuwse benaming is, dient slechts als vermomming voor een Boheemse soudedska (een gezapige dans voor het niet meer zo jonge volkje) en een wilde furiant. In het derde deel, Andante con moto, bloeit Dvorák open en slingert hij zijn melodieën van het ene instrumentenpaar naar het andere. De opgewekte hoekdelen blijken een complimentje voor elkaar in petto te hebben: de kranige openingsmars van het eerste deel duikt tegen het einde van de finale opnieuw op en het is alsof de musici die voor de serenade op het toneel verschenen, hier met een knipoog de aftocht blazen. Toch een 18e-eeuwse serenade?

Dvorák is de muziekgeschiedenis ingegaan als de schepper van de “Nieuwe-Wereld-Symfonie”, het “Amerikaans kwartet” en het onvergetelijke celloconcerto. Het zijn drie werken uit zijn latere periode, tijdens en na zijn verblijf in de Verenigde Staten. Dvorák was toen de alom gevierde en gewaardeerde grote Tsjechische componist geworden. Maar die grote werken kunnen ons de twee Serenades van de vroege Dvorák niet doen vergeten, uit de tijd dat hij moeizaam aan de kost kwam. En toch zijn het serenades waarin, zoals Hanslick al zei, door elke noot de zon schijnt!

Uit het cd-boek van Serenade for Winds Et´cetera KTC 4001. Deze cd is online verkrijgbaar.

Concerten

Za 21 augustus 2010 Bremen (D), 21e Musikfest

Di 7 september 2010

Brussel (B), Zuidstation


Info en tickets
zie kalender

Terug

...
...

 

© Korneel Alsteens (hoboïst I Solisti del Vento)

 

...