I Solisti del Vento
Producties
...

Stravinski

Bedrieglijke façaden: de oorlog volgens Stravinski

Welhaast een volle eeuw na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog raken we maar niet uitgepraat over de politieke stuurloosheid die Europa dreef. Ook het artistieke vonnis dat tijdens en na de oorlog uitgesproken werd, spreekt tot de fascinatie. Zeker dwong het oorlogsgeweld hier en daar tot verstommende stilte. Dadaïstische kunstenaars verhieven die zwijgzame redeloosheid zelfs tot hun signatuur. De behoefte tot schreeuwen, gesmoord door verbijstering, kreeg gestalte in kunst die de geordende wereld ondermijnde.

Maar er was ook geluid. In de muziek vonden componisten andere manieren om hun cri d’angoisse een artistieke duurzaamheid te geven. Igor Stravinski bijvoorbeeld, die aan de vooravond van ‘den Grooten Oorlog’ nog overstag ging met zijn ritmisch virulente Le sacre du printemps, had geen appetijt meer in somptueuze grootspraak. Het door oorlog verscheurde, kwetsbare Europa had volgens hem geen behoefte meer aan onthutsende balletten, waarin masculien primitivisme een doelloze driftpool is. In zekere zin was het ballet zelfs de gedroomde opmaat tot de oorlog, zoals de Franse schilder Jacques-Emile Blanche beaamde: “Ik heb tijdens die wetenschappelijke, chemische, ‘kubistische’ oorlog, in nachten door luchtaanvallen in nachtmerries herschapen, dikwijls aan de Sacre gedacht.”

In plaats van force majeure zocht Stravinski na de oorlog een andere, meer subtiele vorm van primitivisme op. In de oorlogsparabel L’Histoire du soldat zegeviert de tragiek van het slagveld. Met slechts een minimum aan instrumenten evoceert Stravinski er de ondergang van de vioolspelende soldaat, wiens grondeloze naïviteit aan het eind gesmoord wordt door de machine-achtige ritmes van de oorlog. Andermaal een offer dus, maar waar dat in Le sacre nog ten dienste stond van een vitale natuurkracht (de lente), werd in L’Histoire een soldaat geofferd voor… Tja, waarvoor eigenlijk?

Die onuitsprekelijkheid vertaalde zich onmiddellijk naar Stravinski’s overige, naoorligse werk. Zijn Octet had geen grote woorden, geen antwoorden meer klaar. De hypersubtiele retoriek van deze compositie markeerde dan ook een artistieke ommezwaai die de rug keerde naar alles wat naar romantiek rook. Anderen, zoals Francis Poulenc, zouden hem volgen in deze esthetische omwenteling. Hun muziek had lak aan begrippen als ‘expressie’ of ‘sentiment’, en verlustigde zich aan de koelte van neoklassieke nuchterheid. Dus weet: als hun muziek argeloos, al te menselijk klinkt, is dat slechts een bedrieglijke façade, waarmee de meest onmenselijke oorlogsriten bezworen worden.

tekst: Tom Janssens

Concerten

Wo 10 november 2010

Gent (B), Handelsbeurs


Info en tickets
zie kalender

Terug

...
...


...