I Solisti del Vento
Producties
...

Luc Van Hove - Octet opus 46

creatie van een opdrachtwerk voor I Solisti del Vento

Componeren met de handrem op
Op het moment dat we hem opbellen, legt Luc Van Hove net de laatste hand aan een van de bewegingen van zijn nieuwste compositie. Dat werk is een Octet, geschreven voor en in opdracht van I Solisti del Vento. Onder die bedrieglijk zakelijke naam schuilt een heel denk- en groeiproces, dat de hand reikt naar het verre en recente verleden. De componist vertelt zelf over het ontstaan van dit Octet, dat op 17 september 2009 boven de doopvont gehouden wordt.

Dit Octet heeft een lange voorgeschiedenis. Enkele jaren geleden vroeg Francis Pollet, artistiek leider van I Solisti del Vento, me om een stuk voor blazers te schrijven. Ik was onmiddellijk en graag bereid zulks te doen, maar toen kwam daar plots de opdracht voor mijn eerste opera, La strada, tussengewalst. Ik heb het werk aan de blazerscompositie voor me uit geschoven, omdat ik nooit aan twee stukken tegelijkertijd werk. Toch had ik me voorgenomen dat het eerste werk na mijn opera deze compositie zou worden.

De oorspronkelijke idee was om te knipogen naar de achttiende-eeuwse ‘harmoniemuziek’. Die dialoog met het verleden was geen inhoudelijk, maar een formeel uitgangspunt. We zouden vertrekken van een basisbezetting van twee hobo’s, twee klarinetten, twee hoorns en twee fagotten, aangevuld met een contrabas om meer ‘fond’ te genereren. Maar daar knelde het schoentje. Met die contrabas kon ik werkelijk niet uit de voeten. In de originele harmoniemuziek diende zo’n contrabas als ‘dubbelaar’, vanwege de weinig dragende basnoten. Dus heb ik de bas weggesneden, en hield zo een octetbezetting over.

Ook inhoudelijk ben ik afgeweken van de opdracht. Er werd me eerst gevraagd om – opnieuw in de lijn der traditie – een ‘serenade’ te schrijven. Serenades voor blazers werden inderdaad meestal ’s avonds in openlucht uitgevoerd, al dan niet onder een balkon. Ik heb me afgevraagd wat de betekenis van een ‘serenade’ voor onze actuele wereld nog kon zijn, en heb besloten dat die idyllische component niet langer stand kan houden. Daarom is mijn Octet bewust géén serenade. Vanuit die hoek bekeken levert ze dus ook een soort commentaar op de traditie.

Toch staat het resultaat niet helemaal haaks op het verleden. Van de achttiende-eeuwse serenades heb ik geleerd dat ze bijzonder monter en speels zijn. Ik heb dan ook getracht iets van die zorgeloosheid te integreren in mijn Octet. De vijf delen van deze compositie dragen alle Italiaanse titels (Introduzione, Scherzo, Lamento, Danza en Epilogo) en wentelen zich in Italiaanse lichtvoetigheid.

Ik wilde bewust muziek schrijven die niet zwaar op de hand ligt. Met net een erg dramatische opera achter de rug, die het extreem dramatische (een ander facet van het Italiaans) opzoekt, was ik toe aan een contrast. Dit Octet was een oefening in versobering na mijn opera. Achteraf bekeken kan je zelfs zeggen dat die pendelbeweging een constante is in mijn compositieloopbaan. Grotere composities wisselen af met meer kleinschalig werk, dramatiek of epiek kiepen om in speelsere vormen. Toch is er ook in mijn Octet plaats voor weemoed: het hart van de compositie bijvoorbeeld is een Lamento.

Mijn Octet staat in de lijn van mijn overige werk voor groot ensemble. Ik had reeds een Septet geschreven, een compositie die zich bedient van een suite-achtige, zesdelige structuur. Daarnaast heb ik ook reeds een vierdelig Nonet gecomponeerd. Het gat daartussen wordt nu dus opgevuld door dit Octet, dat overigens het eerste werk is dat integraal voor blaasinstrumenten gecomponeerd werd.

Ik hou van lange klanken en lijnen, van resonantie. Dus moest ik creatief omspringen met het gegeven dat ik enkel voor blazers schreef. Blazers moeten zo nu en dan eens kunnen ademen. Elke toon wordt er immers gedragen door een adem. Mijn klankbeeld moest zich aan die ‘beperking’ aanpassen. Een uitdaging dus op kwalitatief en expressief vlak, die ik – met de uitstekende instrumentalisten van I Solisti in het achterhoofd – graag opgenomen heb.

Stilistisch ben ik alsmaar opgeschoven naar klaarheid. Ik hou enorm van de verdeling van tijd en ruimte, en probeer die fascinatie ook in de constructie van mijn muzikaal materiaal door te voeren. Ik merk dan ook dat ik dat soort constructivisme nodig heb om optimaal te kunnen functioneren. Het is een paradox: de strakheid die ik opzoek, nodigt uit tot verbeelding. De afzonderlijke bewegingen, alsook de organisatie van het materiaal is – hoewel niet serieel – erg doordacht. Vanuit die organisatie zie je de verbeelding ontstaan. Het is een beetje als componeren met de handrem op.
interview: Tom Janssens

Concerten

 

Het Octet wordt in de concerten voor het Festival van Vlaanderen (zie *) gecombineerd met de Serenade 'Gran Partita' en de ouverture uit 'Die Entführung aus dem Serail' van W.A. Mozart.


In het Amsterdams concertgebouw wordt de Nederlandse creatie van het Octet opus 46 gecombineerd met het programma die Harmonie



Do 17 september 2009

Wemmel (B), GC De Zandloper *

Zo 20 september 2009

Maldegem (B), Sint Barbarakerk *

Za 26 september 2009

Maarkedal (B), Kerk Maarke-Kerkem *

Do 1 oktober 2009

Herzele (B), Sint Martinuskerk *

Za 3 oktober 2009

De Pinte (B), OC Polderbos *

Do 15 oktober 2009

Tienen (B), CC De Kruisboog *
Vr 16 oktober 2009

Lokeren (B), Sint Laurentiuskerk *

Za 17 oktober 2009

Vilvoorde (B), CC Het Bolwerk *

Zo 25 april 2010

Amsterdam (NL), Concertgebouw

Zo 2 mei 2010

Lier (B), Jezuïetenkerk *


Info en tickets
zie kalender

Terug

...
...


Luc Van Hove - 11 mei 2006, Sint-Lucas Beeldende Kunst Gent, op de dag van het Artistiek Onderzoek van het instituut voor Onderzoek in de Kunsten K.U. Leuven


...